Voor de toepassing van de artikelen 12:3:4 tot en met 12:3:8 zijn
slechts van toepassing op geschillen inzake aangelegenheden, bedoeld in
artikel 12:2, eerste lid, voor zover die aangelegenheden uitsluitend de
rechtstoestand van ambtenaren betreffen, met inbegrip van de algemene
regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.