Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Groningen 2019

Het college kan bij nadere regeling bepalen voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde inwonerondersteuning, de inwoner een bijdrage is verschuldigd; Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, die verstrekt kan worden in natura of in pgb, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de inwoner en zijn echtgenoot. De bijdrage bedoeld in artikel 3.1, tweede lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 17,50 per bijdrageperiode voor de inwoner of de gehuwde inwoners tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel