Als de invorderingsambtenaar bekend is met de omstandigheid dat zaken in eigendom toebehoren aan een derde, dan is hij op grond van artikel 435, derde lid, Rv verplicht bij beslaglegging op die zaken, dit beslag binnen acht dagen na de beslaglegging aan die derde te doen betekenen door de belastingdeurwaarder.
Bij deze overbetekening moet de derde schriftelijk worden gemeld dat hij de mogelijkheid heeft een beroepschrift tegen de inbeslagneming te richten aan het college.
De invorderingsambtenaar gaat onmiddellijk tot betekening aan de derde over als hij op enig later tijdstip - maar vóór de geplande verkoopdatum - kennis krijgt van het feit dat de in beslag genomen zaken eigendom zijn van die derde. Als tussen het moment van de betekening aan de derde en de vastgestelde verkoopdatum minder dan acht dagen liggen, gaat de invorderingsambtenaar over tot het vaststellen van een nieuwe verkoopdatum.
Artikel 22
Artikel 22.3.
Overbetekening bodembeslag
Onderdeel van Besluit van de invorderingsambtenaar van de gemeente Aa en Hunze houdende regels omtrent Leidraad Invordering 2019