Bijzonderheden gemeente
Op grond van de Gemeentewet zijn afwijkende regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen. De normbedragen voor bestaanskosten, zoals beschreven in de regeling, bedragen 100%. Hier ligt een raadsbesluit aan ten grondslag.
Niet voor alle belastingen is (volledige) kwijtschelding mogelijk.
In de betreffende belastingverordening is opgenomen of en in welke mate kwijtschelding kan worden aangevraagd.
De gemeente hanteert een termijn van orde: het verzoek om kwijtschelding dient binnen 6 weken na de laatste vervaldag van de aanslag worden ingediend.
Het Noordelijk Belastingkantoor handelt de verzoeken om kwijtschelding namens de gemeente af.
26.1.1.Kwijtschelding van betaalde belastingschulden
De invorderingsambtenaar verleent ook kwijtschelding van belastingaanslagen die al zijn betaald, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
De belastingschuldige dient het verzoek om kwijtschelding in binnen drie maanden nadat de (laatste) betaling op de belastingaanslag heeft plaatsgevonden;
Het verzoek om kwijtschelding moet zijn ingediend binnen 6 weken na de laatste vervaldag van de aanslag;
De belastingschuldige heeft betaald onder omstandigheden die aanleiding zouden hebben gegeven tot kwijtschelding als hij daar eerder om had verzocht.
Als de invorderingsambtenaar het verzoek toewijst, betaalt de gemeente de belastingschuldige het bedrag terug waarvoor kwijtschelding is verleend.
26.1.2.Het indienen van een verzoek om kwijtschelding
Het verzoek om kwijtschelding moet worden ingediend bij de invorderingsambtenaar op een daartoe ingesteld verzoekformulier.
Als de belastingschuldige een verzoek om kwijtschelding indient, maar dit niet doet op het daartoe bestemde formulier, neemt de invorderingsambtenaar het verzoek niet als zodanig in behandeling. De invorderingsambtenaar zendt een verzoekformulier aan de belastingschuldige en stelt deze in de gelegenheid het verzoek alsnog binnen twee weken in te dienen.
In afwachting hiervan wordt de invordering in beginsel opgeschort. Als de belastingschuldige het formulier niet terugzendt, wijst de invorderingsambtenaar het verzoek af.
26.1.3.Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar een uitgereikt of toegezonden verzoekformulier onvolledig ingevuld terugontvangt, stelt hij de belastingschuldige éénmalig in de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog binnen twee weken te verstrekken. In afwachting daarvan schort de invorderingsambtenaar de invordering in beginsel op.
Als de belastingschuldige niet alle gevraagde nadere gegevens bijvoegt, beschouwt de invorderingsambtenaar het verzoek ook als onvolledig ingevuld en wijst hij het verzoek af.
26.1.4.Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding
Bij de beoordeling van het verzoek zijn de gegevens en normen van belang die gelden op het moment van indiening van het verzoek, tenzij in de leidraad anders is aangegeven.
26.1.5.Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden
Als de invorderingsambtenaar besluit dat kwijtschelding zal worden verleend nadat aan één of meer voorwaarden is voldaan, dan neemt zij die voorwaarden in de beschikking op.
Als de invorderingsambtenaar in de voorwaarden heeft opgenomen dat verrekening zal plaatsvinden van uit te betalen bedragen, dan stelt zij tevens de termijn vast waarin verrekening van die bedragen zal plaatsvinden. De termijn bedraagt maximaal drie jaar, te rekenen vanaf de dagtekening van de kennisgeving, dan wel - als dit minder is - de tijd die nog overblijft voordat de verjaring van de belastingaanslag intreedt.
Als tot de voorwaarden de voldoening van een deel van de schuld behoort, dan moet de invorderingsambtenaar de belastingschuldige uitnodigen om binnen een termijn van tien dagen een voorstel te doen met betrekking tot de betaling van dat deel. Hierbij is het uitstelbeleid (zie artikel 25 van deze leidraad) van toepassing. Als tot de voorwaarden naast de voldoening van een deel van de schuld ook de verrekening van teruggaven behoort, wordt het te betalen bedrag niet beïnvloed door de hoogte van de verrekende teruggaven.
26.1.6.Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, moet zij motiveren waarom zij tot afwijzing van het verzoek heeft besloten. Daarbij moet zij alle afwijzingsgronden noemen.
26.1.7.Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting invordering
Als de invorderingsambtenaar geen kwijtschelding verleent, of als het college afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van tien dagen na dagtekening van de beschikking. Deze termijn wordt niet of niet geheel verleend als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad.
26.1.8.Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding
Deze bepaling is niet van toepassing.
26.1.9.Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend
Er wordt geen kwijtschelding verleend als:
de gevraagde gegevens voor de beoordeling van het verzoek niet, niet volledig, onjuist, of niet op het door de invorderingsambtenaar uitgereikte formulier (zie ook de artikelen 26.1.2 en 26.1.3 van deze leidraad) zijn verstrekt;
uit de verstrekte gegevens voor de beoordeling van het verzoek een onevenredige verhouding blijkt tussen de omvang van de uitgaven enerzijds en het inkomen anderzijds en de belastingschuldige de in dat verband door de invorderingsambtenaar gevraagde opheldering niet - of naar het oordeel van de invorderingsambtenaar - in onvoldoende mate verschaft;
de belastingschuldige heeft nagelaten de vereiste aangifte in te dienen. In dat geval wordt de belastingschuldige meegedeeld dat een nieuw verzoek om kwijtschelding niet eerder kan worden ingediend, dan nadat de heffingsambtenaar op grond van de alsnog verstrekte gegevens de belastingaanslag tot het juiste bedrag heeft kunnen vaststellen. Het verzoek dat wordt ingediend nadat de belastingaanslag tot het juiste bedrag is vastgesteld, behandelt de invorderingsambtenaar als een eerste verzoek;
een bezwaarschrift tegen de hoogte van de belastingaanslag in behandeling is bij de heffingsambtenaar, dan wel een beroepschrift tegen de hoogte van de belastingaanslag in behandeling is bij de rechtbank of (in hoger beroep) bij het gerechtshof. Een eventuele vermindering of vernietiging van de belastingaanslag dient namelijk aan kwijtschelding vooraf te gaan. De belastingschuldige wordt meegedeeld dat een nieuw verzoek om kwijtschelding niet eerder kan worden ingediend dan nadat op het bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) is beslist;
voor de desbetreffende belastingaanslag zekerheid is gesteld;
er sprake is van meer dan één belastingschuldige;
een derde nog voor de belastingschuld aansprakelijk kan worden gesteld;
het aan de belastingschuldige kan worden toegerekend dat de belastingaanslag niet kan worden voldaan. Daarvan is onder andere sprake als:
het aan opzet of grove schuld van de belastingschuldige is te wijten dat te weinig belasting is geheven;
(vervallen)
niet van toepassing voor de gemeente
vanaf de bekendmaking van de belastingaanslag tot aan de indiening van het verzoek om kwijtschelding op enig moment voldoende middelen aanwezig waren om de aanslag te kunnen voldoen;
de belastingschuldige wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat een belastingaanslag zou worden opgelegd en nalatig is gebleven in verband daarmee middelen te reserveren;
deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente;
deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente;
niet van toepassing voor de gemeente
de belastingschuldige in surséance van betaling of in staat van faillissement verkeert, tenzij een akkoord is gesloten als bedoeld in de artikelen 138 en 252 FW;
ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, tenzij sprake is van een akkoord als bedoeld in artikel 329 FW, dan wel van een belastingaanslag, niet zijnde een belastingaanslag als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de regeling, voor zover die materieel verschuldigd is geworden op een tijdstip of over een tijdvak dat is gelegen na de uitspraak waarbij de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard, en niet kan worden aangemerkt als een boedelschuld;
het verzoek is ingediend voor een voorlopige aanslag én die aanslag nog niet is gevolgd door een (definitieve) aanslag. In gevallen dat het verzoek overigens zou moeten worden toegewezen, verleent de invorderingsambtenaar tegelijkertijd (ambtshalve) uitstel van betaling totdat de definitieve aanslag is opgelegd. In de eventuele uitstelbeschikking deelt de invorderingsambtenaar de belastingschuldige mee dat na oplegging van de definitieve aanslag desgewenst een nieuw kwijtscheldingsverzoek kan worden ingediend waarin eventueel ook de definitieve aanslag kan worden betrokken;
door de invorderingsambtenaar nadere voorwaarden zijn gesteld en aan die voorwaarden nog niet is voldaan. Zodra aan de gestelde voorwaarden is voldaan, kan alsnog kwijtschelding worden verleend.
Ook wordt geen kwijtschelding verleend voor het bedrag van de te betalen belasting waarop het verzoek betrekking heeft als aannemelijk is dat dit bedrag kan worden voldaan omdat:
binnen twee jaren na het verzoek als gevolg van sterk wisselende inkomens een hoger inkomen is te verwachten;
binnen een jaar na indiening van het verzoek een verbetering is te verwachten in de financiële omstandigheden;
binnen een jaar na het verzoek een belastingteruggaaf, anders dan de voorlopige teruggaaf, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de regeling kan worden verwacht. De vraag of buitengewoon bezwaar bestaat de verschuldigde belasting te betalen, kan immers slechts betrekking hebben op een per saldo verschuldigd bedrag. Alleen voor dat saldo moeten de aanwezige financiële middelen worden aangesproken. Dit houdt in dat geen kwijtschelding kan worden verleend als de belastingaanslag binnen een jaar door middel van verrekening kan worden aangezuiverd.
26.1.10.Begrip 'ex-ondernemer' en kwijtschelding
Als een ex-ondernemer om kwijtschelding vraagt, past de invorderingsambtenaar het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren toe.
Er is geen sprake van een ex-ondernemer als (een deel van) het bedrijfsvermogen nog aanwezig is. In dat geval zal het verzoek om kwijtschelding moeten worden behandeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 26.4 van deze leidraad. Het nog aanwezige bedrijfsvermogen zal geheel moeten worden gebruikt ter aflossing van de openstaande (zakelijke) belastingaanslagen.
26.1.11.Verzoekschriften aan andere instellingen
De invorderingsambtenaar houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij het college, de raad of de gemeentelijke ombudsman. Als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de invorderingsambtenaar na voorafgaande toestemming van het college toch invorderingsmaatregelen treffen.
Artikel 26
Artikel 26.1.
Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid
Onderdeel van Besluit van de invorderingsambtenaar van de gemeente Aa en Hunze houdende regels omtrent Leidraad Invordering 2019