Als uitbetaling van een uit te betalen bedrag plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan die daarvoor door hem is aangewezen, dan moet de invorderingsambtenaar in beginsel opnieuw uitbetalen. De invorderingsambtenaar verbindt daaraan de voorwaarde dat het eerder betaalde bedrag eerst wordt gerestitueerd.
In afwijking van de vorige volzin vindt hernieuwde uitbetaling direct plaats als de belastingschuldige aantoont dat:
hij tijdig vóór de uitbetaling bij de invorderingsambtenaar heeft aangegeven dat de uitbetaling niet meer op de desbetreffende rekening moet geschieden, en
hij niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de bankinstelling heeft aangegeven dat de rekening waarop de uitbetaling heeft plaatsgevonden, geblokkeerd is.
Indien en voor zover aan de daartoe gestelde (wettelijke) voorwaarden wordt voldaan, zal de invorderingsambtenaar het aldus teveel betaalde bedrag vervolgens terugvorderen uit ongerechtvaardigde verrijking.
Uitbetalingsfouten die het gevolg zijn van de aanwijzing door de belastingschuldige van een niet op zijn naam staande bankrekening, blijven voor diens rekening. De invorderingsambtenaar beroept zich in dat geval op het bevrijdende karakter van de (uit)betaling (artikel 6:34 BW). Desgevraagd wordt de belastingschuldige op de hoogte gesteld omtrent de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de derde aan wie onverschuldigd is betaald.
Artikel 7a
Artikel 7a.3.
Uitbetalingsfouten
Onderdeel van Besluit van de invorderingsambtenaar van de gemeente Aa en Hunze houdende regels omtrent Leidraad Invordering 2019