Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening Speelautomatenhallen Terneuzen 2019

De wet: de Wet op de kansspelen; aanwezigheidsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, van de wet; beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in de speelautomatenhal. behendigheidsautomaat: een automaat zoals omschreven in artikel 30, aanhef en onder b, van de wet. Exploitatievergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d van de wet; kansspelautomaat: een speelautomaat, als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e van de wet; Speelautomatenbesluit: het Koninklijk Besluit van 23 mei 2000 (Stb. 2000, 223); ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een speelautomatenhal, een hoogdrempelige inrichting of een laagdrempelige inrichting exploiteert en de wettelijk vertegenwoordiger van die rechtspersoon; speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet; speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b, van de wet; speelautomatenexploitant: degene die ingevolge de vergunning als bedoeld in artikel 30h van de wet, speelautomaten exploiteert;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel