De burgemeester kan de exploitatievergunning en aanwezigheidsvergunning intrekken:
Indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden is verleend.
indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.
indien de exploitatie van een speelautomatenhal niet binnen zes maanden na vergunningverlening ter hand is genomen dan wel gedurende een zelfde periode is onderbroken.
indien aannemelijk is dat de ondernemer of de beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen van het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal;
indien niet of niet meer wordt voldaan aan de KEMA-criteria en de erkenningsvoorwaarden van de VAN Kansspelen-brancheorganisatie;
indien in de onderneming strafbare feiten hebben plaatsgevonden dan wel de ondernemer dan wel de beheerder(s) in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.
indien zich in de speelautomatenhal anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de speelautomatenhal gevaar oplevert voor de openbare orde.
Hoofdstuk 1
Artikel 11
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Verordening Speelautomatenhallen Terneuzen 2019