Naar hoofdinhoud
Voor de activiteiten bouwen geldt dat de gemeentelijke toets (de zogenaamde preventieve toets) gekarakteriseerd wordt als een ‘aannemelijkheidstoets’: een vergunning voor de activiteit bouwen wordt alleen verleend als voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften. Hiermee stelt de wetgever duidelijk dat de gemeente bij het toetsen van de bouwaanvraag niet de verantwoordelijkheid overneemt van de vergunninghouder of de bouwpartij. De toetsingsstrategie voor (bouw)aanvragen heeft tot doel te komen tot een uniforme manier van toetsen door hiervoor een kwaliteitsniveau vast te leggen. Ongeacht de behandelend medewerker vindt hierdoor een eenduidige toetsing plaats. Tevens wordt aan de hand van de toetsingsstrategie gekomen tot een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet van de beschikbare middelen. De omgevingsanalyse uit het ‘Beleidskader voor uitvoering van de VTH-taken fysieke omgeving’ vormt de basis voor de toetsingsstrategie. Aanvragen voor vergunningsplichtige bouwwerken toetsen we, na uitvoering van de ontvankelijkheidstoets (zie 3.1) achtereenvolgens aan de volgende onderdelen: toetsing aan bestemmingsplan (zie 3.12); toetsing aan gemeentelijke Bouwverordening; toetsing aan welstandseisen; bouwtechnische toetsing (Bouwbesluit 2012). In het bestemmingsplan worden ruimtelijke beleidskeuzes vertaald naar praktisch toepasbare voorschriften (zie ook 3.12). In de Welstandsnota worden door het vastgestelde kader de ruimtelijke uitstraling en kwaliteit van de gemeente waar nodig gewaarborgd. Toetsing aan gemeentelijke bouwverordening Bij de beoordeling van bouwplannen vormt de gemeentelijke Bouwverordening op een beperkt aantal onderdelen een belangrijk toetsingskader, in aanvulling op het bestemmingsplan en het Bouwbesluit 2012. Een groot deel van de gemeentelijke Bouwverordening komt uiterlijk 1 juli 2018 te vervallen. Naast stedenbouwkundige bepalingen bevat de Bouwverordening bepalingen voor parkeren en verplichtingen voor de aansluiting op het waterleiding-, elektriciteits- en aardgasnet en openbare riolering. In wezen geldt ook voor de Bouwverordening dat toetsing hieraan integraal wordt uitgevoerd. Toetsing aan welstandseisen Indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan het bestemmingsplan voldoet, of duidelijk is dat de omgevingsvergunning voor het planologisch strijdig gebruik kan worden verleend, wordt het plan getoetst aan redelijke eisen van welstand. Welstand is ook een belang dat al wordt meegenomen in de ruimtelijke afweging. Concreet houdt dit in dat het bouwplan moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de Welstandsnota. In de Welstandsnota worden drie niveaus onderscheiden: integrale welstandstoets, globale welstandstoets (voorkantbenadering) en welstandsvrij. Voor al deze gebieden geldt een excessenregeling. Bij monumenten, karakteristieke panden, beschermde dorpsgezichten en reclame geldt altijd een integrale welstandstoets, ook als het object in een welstandsvrij gebied ligt. De toetsing aan welstand gebeurt door de Dorpsbouwmeester en/of Monumentencommissie (monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en karakteristieke panden). Bouwtechnische toetsing De wetgever heeft de technische voorschriften in het Bouwbesluit 2012 niet naar zwaarte gedifferentieerd. Het is praktisch onmogelijk om alle geldende voorschriften even uitputtend te toetsen. Hiervoor ontbreken de (financiële) middelen en capaciteit. Bovendien vraagt niet elk bouwwerk om deze controle. Voor de technische toetsing van aanvragen voor de omgevingsvergunning bouwen is het daarom noodzakelijk tot een lokaal beleidskader te komen waarin de gemeente Gulpen-Wittem aannemelijk maakt of aan de regelgeving wordt voldaan. In het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften gegeven voor het bouwen van woningen en woongebouwen, woonwagens en standplaatsen, niet tot bewoning bestemde gebouwen en voor bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het Bouwbesluit 2012 maakt vervolgens onderscheid tussen twaalf verschillende gebruiksfuncties. De voorschriften voor de verschillende bouwwerken zijn verdeeld in vier thema’s, te weten: veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. De voorschriften kunnen wat betreft zwaarte per gebruiksfunctie verschillen. Bovendien hanteert het Bouwbesluit 2012 verschillende niveaus met betrekking tot deze voorschriften. Bij verandering van zowel het gebruik als de technische staat van een bouwwerk zijn de voorschriften voor nieuwbouw uitgangspunt. Indien sprake is van een ondergeschikte verbouwing kan vrijstelling voor een lager niveau worden gegeven met als ondergrens het bestaande niveau als beschreven in het Bouwbesluit 2012. Aan de hand van de vier thema’s is een 14-tal aspecten benoemd waarop toetsing door de gemeente Gulpen-Wittem plaatsvindt, te weten: Veiligheid: voorschriften die uit het oogpunt van veiligheid zijn gesteld hebben betrekking op: constructieve veiligheid; gebruiksveiligheid; brandveiligheid; sociale veiligheid; Gezondheid: voorschriften op het gebied van gezondheid richten zich op bescherming tegen: geluid/vocht; waterafvoer; ventilatie; beperking invloed schadelijke stoffen / dieren; watervoorziening; daglicht; Bruikbaarheid: voorschriften die vanwege bruikbaarheid worden gesteld houden verband met: toegankelijkheid; ruimten; opstelplaatsen; Energiezuinigheid: voorschriften op het gebied van energiezuinigheid richten zich op het terugdringen van het gebruik van gas en elektriciteit en houden, in zijn algemeenheid, verband met: energiezuinigheid (beoordelen EPC-berekeningen). Toetsingsniveaus Voor de toetsing aan het Bouwbesluit 2012 van iedere aanvraag met een bouwactiviteit maken we gebruik van de landelijke toetsingsmatrix (LTB 2012). Deze werkt met vier niveaus van toetsing. Per type bouwwerk is afhankelijk van het risico bepaald op welk niveau ieder van de (14) aspecten getoetst wordt. De toetsingsniveaus beschrijven de diepgang die de beoordeling van bouwplannen aan de verschillende thema’s van het Bouwbesluit 2012 moet hebben. Bij de keuze en omschrijving van de toetsingsniveaus is aangesloten bij de definities zoals die in het landelijk project Collectieve Kwaliteitsnorming Bouwvergunningen (CKB) zijn omschreven. Doelstelling daarbij is om de toetsingskwaliteit van aanvragen te waarborgen. Onder toetsingskwaliteit wordt verstaan: het afspreken van een minimaal toetsingsniveau waaraan wordt getoetst en waardoor inzicht wordt verschaft in hetgeen is getoetst. Het hierbij afgesproken collectieve minimum toetsingsniveau wordt gezien als een verantwoord niveau van toetsing. Er zijn vier toetsingsniveaus waarbij de diepgang van de controle oploopt van niveau 0 naar niveau 3, te weten: geen toets, globaal (visueel), gemiddeld (representatief) en grondig (integraal). Er is voor gekozen om de toetsingsniveaus redelijk algemeen te beschrijven en niet voor elk individueel voorschrift van het Bouwbesluit 2012 te definiëren wat onder het toetsingsniveau moet worden verstaan. Door middel van werkafspraken en gestandaardiseerde werkprocessen wordt bevorderd dat de hantering van de toetsingsniveaus door de verschillende bouwplantoetsers op uniforme wijze wordt toegepast. Categorie Toetsingsniveau Inhoud 0. geen toets geen toetsing 1. globale toets compleetheid technische informatie toetsen of berekeningen conform norm zijn uitgevoerd bij afwijkingen en of twijfel diepgaand controleren 2. gemiddelde toets toetsen of uitgangspunten van berekeningen correct zijn weergegeven steekproefsgewijze inhoudelijke toets (onderdelen van) berekeningen narekenen 3. grondige toets voorschrift integraal controleren berekeningen narekenen complexe berekeningen uitbesteden Toetsingsmatrix Door de klant centraal te stellen, is het besef gegroeid dat de overheid veel kritischer naar haar eigen taakstelling moet kijken en transparanter en bedrijfsmatiger moet gaan werken. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag of we de dingen goed doen, maar ook of we wel de goede dingen doen. Uitgaande van de praktijk in veel gemeenten is geschat dat een 100%-toets circa tien keer zoveel tijd vergt, hetgeen niet meer past binnen een verantwoorde bedrijfsvoering. Daarnaast is de ontwerpende en uitvoerende bouw in Nederland van een dermate niveau en zijn de belangen van opdrachtgevers, afnemers en verzekeraars zo evident dat een behoorlijk niveau ook zonder enige vorm van toetsing en toezicht wordt gerealiseerd. Er moeten en kunnen dus keuzes gemaakt worden in de toetsing aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De keuzes die we maken zijn gebaseerd op de omgevingsanalyse bij het ‘Beleidskader voor uitvoering van de VTH-taken fysieke omgeving’ en zijn vastgelegd in het toetsingsprotocol. Hierbij wordt een groter belang gehecht aan veiligheids- en gezondheidsaspecten. Ook ligt het voor de hand om bouwwerken met gevoelige gebruiksfuncties intensiever te toetsen. Het toetsingsprotocol is een matrix (zie bijlage 1). In de toetsingsmatrix is het Gulpen-Wittemse beleid voor de vergunningverlening bouwen weergegeven per gebruiksfunctie. Horizontaal, in de rijen, zijn de thema’s/aspecten van het Bouwbesluit 2012 aangegeven. Verticaal de gebruiksfuncties. Alhoewel bepaalde processen met dit toetsingsniveau worden geüniformeerd, kunnen specifieke (doorgaans risicovolle) bouwwerken om intensievere toetsing en toezicht vragen. Verder zullen bouwwerken (monumenten uitgezonderd) die naar aard en omvang gelijk zijn aan bouwwerken als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II, niet worden getoetst aan het Bouwbesluit 2012. Dit type bouwwerk wordt in het kader van het Bouwbesluit 2012 namelijk als niet risicovol beschouwd. De inzet hiervan draagt onder meer bij aan het realiseren van de doelstelling: 11. Terugdringen van illegale (volgens bestemmingsplan), brandonveilige of ongezonde bewoning in bedrijfsgebouwen, recreatieobjecten en woningen

Rechtspraak bij dit artikel