Net als bij het toetsen van bouwplannen in de vergunningfase het geval is, geldt ook hier dat tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes moeten worden gemaakt wat en hoe dit wordt gecontroleerd. Voor deze fase hebben we het toezichtprotocol uitgewerkt. Het landelijke toezichtprotocol© van de Vereniging BWT Nederland heeft als basis gediend voor het gemeentelijk protocol.
Het toezichtprotocol wordt weergegeven met een matrix. In de matrix zijn per bouwfase en categorie van bouwwerken de voorschriften aangegeven, waarop wordt gecontroleerd. Bij het vaststellen van het minimumniveau is per controlepunt vastgesteld of dit relevant is voor wat betreft brandveiligheid, constructieve veiligheid en/of volksgezondheid, omdat hierbij de ingeschatte risico’s het grootst zijn. Is dit niet het geval, dan is controle hierop niet 'verplicht'. Voor die controlepunten die wel relevant zijn, is een inschatting gemaakt van het risico. Afhankelijk van deze risico-inschatting wordt per controlepunt een minimum toezichtniveau vastgesteld.
Daarbij worden de volgende niveaus onderscheiden:
Steekproefsgewijze controle
Visuele controle
Beoordeling van hoofdlijnen en hoofdaspecten
Beoordeling van hoofdlijnen en enkele kenmerkende details
Integrale controle van alle onderdelen
Uiteraard wordt op die onderdelen waaraan een bouwplan intensiever wordt getoetst ook intensiever toezicht gehouden. De categorieën van bouwwerken zijn onderverdeeld aan de hand van de bouwsommen. De bouwsommen hangen immers samen met de omvang van een bouwwerk. In vergelijking tot het toetsingsprotocol heeft de regio er wel voor gekozen om enige extra differentiatie aan te brengen in de bouwsommen. Het toezichtprotocol bouwen (zie bijlage 2) koppelt de voorschriften aan de fase van de bouwwerkzaamheden. Op die manier kunnen per fase de relevante voorschriften worden gecontroleerd. Als resultaat van de uitgevoerde omgevingsanalyse (behorende bij het ‘Beleidskader voor uitvoering van de VTH-taken fysieke omgeving’) is aan voorschriften over de constructieve veiligheid extra waarde gehecht.
Onder de Wabo kan vaker zonder omgevingsvergunning worden gebouwd, zowel particulier als zakelijk. Echter, bij vergunningsvrij is men wel aan regels gebonden. Deze regels omvatten vooral maximale oppervlakten en maximale afmetingen. In ieder geval gelden altijd de regels uit de Woningwet, het Bouwbesluit 2012 (onder meer voor veiligheid en gezondheid), de Bouwverordening en het burenrecht uit het Burgerlijk Wetboek.
De inzet hiervan draagt onder meer bij aan het realiseren van de doelstellingen:
11. Terugdringen van illegale (volgens bestemmingsplan), brandonveilige of ongezonde bewoning in bedrijfsgebouwen, recreatieobjecten en woningen
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3