Het grootste deel van de ontvangen aanvragen voor omgevingsvergunningen wordt ontvangen van burgers (of in opdracht van burgers) voor de bouw- en verbouw van woningen. Onze wijken, gehuchten en buurtschappen hebben een uiteenlopend karakter: centra met winkel- /horecavoorzieningen, oude en nieuwe wijken, wijken met enige bedrijvigheid en de lintbebouwingen. In de woonomgeving speelt bij de prioriteitstelling niet alleen het ‘objectieve risicoprofiel’ een rol, maar ook de beleving van bewoners. Kleine zaken kunnen hoog opspelen.
Op basis van onze omgevingsanalyse constateren we de volgende risico’s en ontwikkelingen:
Een analyse van de klachten en een enquête onder onze burgers en ondernemers maakt duidelijk dat hinder vooral van bewoners en bezoekers komt: hondenpoep, zwerfafval, dumpen van afval, stoken van kachels en het parkeren buiten de vakken hebben de hoogste prioriteit volgens burgers. Dit is in essentie vergelijkbaar met de enquête die vijf jaar geleden is uitgevoerd.
Een lagere prioriteit (dan in 2011) van burgers krijgen (hang)jongeren, illegaal colporteren (langs de deuren gaan), illegaal aanplakken en het parkeren van vrachtwagens in de bebouwde kom.
Overlast leidt tot (langslepende) burenruzies óf hinderlijke situaties voor de omgeving. De overlast diebuurtbewoners veroorzaken is vooral geluidsoverlast (muziek, lopende motoren en contactgeluid in woningen), rook- en geuroverlast door het stoken in kachels en parkeeroverlast door hinderlijk of fout geparkeerde auto’s in woonwijken.
Hondenpoep in de openbare ruimte zorgt voor vermindering van de kwaliteit van de leefomgeving. In weilanden leidt hondenpoep tot grote gezondheidsrisico’s voor het aanwezige vee; de aanwezige bacteriën zijn voor koeien extra schadelijk. Een deel van de loslopende honden leidt tot bijtincidenten, het opschrikken van aanwezig vee en wild (fazanten, hazen, reeën) en tot angst.
Buurtfeesten en kleine evenementen leiden maar beperkt tot overlast.
Vanaf 2024 komt er een landelijk verbod op asbestdaken en asbestgolfplaten die blootgesteld zijn aan weersinvloeden. Deze landelijke plicht leidt naar verwachting tot een forse toename van het aantal sloopwerken met asbest.
Brandveiligheidsrisico’s zijn er vooral bij verpleeghuizen en woongebouwen voor niet zelfredzame personen. Doordat mensen langer in hun eigen omgeving blijven wonen, vereist dit een flexibele inrichting en extra aandacht voor de brandveiligheid.
Een groot aantal particulieren beschikt over een propaantank. Deze liggen in veel gevallen te dicht bij woningen, waardoor een mogelijke explosie grote gevolgen heeft.
Bij het bouwen en verbouwen van objecten waar onze burgers verblijven (wooneenheden, onderwijs, kinderopvang en zorg) ervaren we de grootste risico’s ten aanzijn van de constructieve veiligheid en brandveiligheid.
Het komt regelmatig voor dat gronden of bouwwerken door burgers worden gebruikt in strijd met het bestemmingsplan. Het illegale gebruik heeft vooral tot gevolg dat overlast in de buurt ontstaat (onder meer parkeren en vervoerbewegingen), bedrijven worden beperkt in hun groeimogelijkheden (door bewoning van bedrijfswoningen) en branden sneller kunnen ontstaan en uitbreiden en vluchtmogelijkheden worden beperkt (met name bij splitsing en overbevolking).
Het komt steeds vaker voor dat een monument of karakteristiek pand een andere bestemming krijgt om de instandhouding of exploitatie financieel mogelijk te maken (herbestemming).
Voor de constateringen met het hoogste risico hebben we een doelstelling benoemd. De realisatie van de doelstellingen wordt de komende jaren actief gevolgd. Voor de doelgroep burgers leidt dit tot de volgende doelstellingen:
Afname van de overlast die burgers ervaren van hondenpoep door preventieve maatregelen en extra toezicht.
Afname van de overlast die burgers ervaren van zwerfafval en huishoudelijk afval in de openbare ruimte door preventieve maatregelen en adequaat optreden bij klachten of meldingen.
Verlaging van de prioriteit die burgers geven aan het parkeren buiten de vakken door extra toezicht hierop.
Bewustwording van de overlast vergroten door preventie middels informatievoorziening over het stoken van kachels.
Voorkomen van asbestverwijdering zonder melding van in het bijzonder asbestdaken en asbestgolfplaten door preventie.
Terugdringen van illegale (volgens bestemmingsplan), brandonveilige of ongezonde bewoning in bedrijfsgebouwen, recreatieobjecten en woningen.
Vanwege het hoge risico extra toezicht op brandveiligheidsaspecten in gebouwen met niet zelfredzame personen.
Behoud van het karakter van het landschap door het actief aanpakken van in het zicht liggende vervallen panden welke een aantasting vormen voor de omgeving of waar gevaarzetting dreigt.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1