Voor de toepassing van deze verordening en de bijbehorende
tarieventabel wordt verstaan onder:
dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur, of
een gedeelte daarvan;
week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;
maand: een kalendermaand;
jaar: een kalenderjaar;
feest: een feest als bedoeld in artikel 2:25A van de
Algemene Plaatselijke Verordening (APV);
evenement: een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de
Algemene Plaatselijke Verordening (APV);
standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5:18 van
de Algemene Plaatselijke Verordening (APV);
terras: een terras als bedoeld in artikel 2:27 van de
Algemene Plaatselijke Verordening (APV);
horecabedrijf: een horecabedrijf als bedoeld in 2:27 van de
Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
Gedeelten van de in de tabel genoemde tijds- en andere eenheden
worden voor een geheel gerekend, met dien verstande dat indien het
belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en het hebben van
voorwerpen aanvangt in de loop van dit tijdvak, de belasting zoveel
twaalfden van het over een jaar te betalen bedrag beloopt als er na
het aanvangstijdstip nog volle maanden van het tijdvak
resteren.
Indien op grond van de verordening meer dan één tarief zou kunnen
worden toegepast, wordt de aanslag berekend naar het laagste
tarief.