Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking
tot:
vakantieonderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten
bepaald op het aantal slaapplaatsen;
mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste
standplaatsen en vaartuigen op vaste ligplaatsen bepaald op:
2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder
bedraagt;
3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie
bedraagt;
mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen en
vaartuigen op niet vaste ligplaatsen bepaald op de som van
het aantal kampeeronderkomens en vaartuigen bestemd voor
verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd met 2
en het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van
meer dan drie personen, vermenigvuldigd met 3.
Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
overnacht wordt:
in geval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens,
niet-beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste
standplaatsen en op vaste ligplaatsen, welke geschikt zijn
voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een
periode van:
ten hoogste zes maanden bepaald op 60;
meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 70;
meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op
85;
in geval verblijf wordt gehouden in mobiele
kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen en vaartuigen
op niet-vaste ligplaatsen bepaald op 182.
Het aantal mobiele kampeeronderkomens en vaartuigen als bedoeld in
het eerste lid, letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van
een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere
telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening toeristenbelasting Uitgeest 2016