Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Verordening op de algemene begraafplaats

In een graf mogen niet meer dan twee lijken van personen boven de twaalf jaren oud worden begraven, alsmede een aantal asbussen met of zonder urn. De grafruimten moeten tenminste een afmeting hebben van 2,30 meter bij 1,00 meter. De grafruimte mag niet dieper dan tot het waterpeil worden gegraven. Indien het lijken van kinderen van twaalf jaren en jonger geldt, beslissen burgemeester en wethouders of in een graf meer lijken kunnen worden begraven, en kan van bovenstaande maten worden afgeweken, en wordt de vereiste grafruimte naar omstandigheden bepaald. In een afzonderlijke nis in de urnenmuur of in een urnengraf worden niet meer dan vijf urnen of asbussen geplaatst. Bij het bepalen van het aantal asbussen, dat in een graf mag worden begraven, houden burgemeester en wethouders rekening met het aantal lijken en asbussen, dat al in het graf is begraven.

Rechtspraak bij dit artikel