De overblijfselen van lijken en kisten in de algemene graven kunnen na verloop van ten minste vijftien jaren na de laatste begrafenis in dat graf worden geruimd.
De as in een urn of asbus in een algemene nis of algemeen urnengraf kan worden verstrooid vijftien jaar na de bijzetting; de as in urn/asbus in een eigen nis, eigen graf of eigen urnengraf kan worden verstrooid na het eindigen van het recht op deze nis dan wel dit graf.
Het verstrooien van as, waaronder de as bedoeld in lid 2, is op de begraafplaats uitsluitend toegestaan op een eigen graf, een eigen urnengraf of op de daarvoor door burgemeester en wethouders aangewezen plaats.