Deze verordening verstaat onder:
markt: de warenmarkt, die wordt gehouden op Donderdagen op een door burgemeester en wethouders te bepalen tijd;
standplaats: de op en voor de duur van de markt aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste standplaats: een standplaats die voor onbepaalde tijd wordt toegewezen;
dagplaats: een standplaats, die per marktdag wordt toegewezen.
marktmeester: de daartoe door burgemeester en wethouders aangestelde persoon en zijn plaatsvervanger(s).