Een betalingsregeling moet een zo kort mogelijke periode beslaan. Bij het vaststellen van de duur
van de betalingsregeling houdt de ontvanger rekening met de omstandigheden, bijvoorbeeld de aard
en de omvang van de schuld, de liquiditeit- en de vermogenspositie van de onderneming en het
aangifte- en betalingsgedrag in het verleden. De betalingsregeling zal in elk geval een looptijd van
twaalf maanden niet te boven gaan, gerekend vanaf de (laatste) vervaldag van de belastingaanslag. De ondernemer wordt voor aanslagen die aan hem als particulier worden opgelegd (dus voor zijn woning) beschouwd als particulier, zoals bedoeld in artikel 25.5.
Artikel 25.6.1. Duur betalingsregeling ondernemers