Als sprake is van een belastingschuldige ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke
personen van toepassing is verklaard, en die belastingschuldige verzoekt om kwijtschelding van
nadien opgekomen belastingschulden die niet zijn aan te merken als boedelschuld, dan wordt het
verzoek behandeld overeenkomstig het bestaande beleid. Dit betekent dus onder meer dat bij de
berekening van de betalingscapaciteit op het inkomen van de belastingschuldige niet in mindering
wordt gebracht dat deel van het inkomen dat onder beheer van de bewindvoerder naar de boedel
gaat.
Verder wordt opgemerkt dat de middelen die de boedel vormen en onder beheer van de
bewindvoerder berusten, niet beschouwd worden als vermogen in de zin van artikel 12 van de
regeling.
Artikel 26.2.17.