Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding maar de ontvanger
voortzetting van de invordering niet gewenst vindt, wijst de ontvanger het verzoek om kwijtschelding
af. De ontvanger neemt in die beschikking op in hoeverre hij geen invorderingsmaatregelen zal
treffen. Als de ontvanger besluit tot het niet meer nemen van invorderingsmaatregelen voor de nog
openstaande schuld zonder dat hij daaraan voorwaarden verbindt, heeft de beslissing voor de
belastingschuldige materieel dezelfde gevolgen als kwijtschelding. De ontvanger kan ook besluiten
geen invorderingsmaatregelen meer te nemen voor de nog openstaande schuld onder de
voorwaarde dat eventuele uit te betalen bedragen verrekend worden met de buiten de invordering
gelaten schuld. De termijn waarbinnen verrekening plaatsvindt bedraagt maximaal drie jaar, te
rekenen vanaf de datum van de beschikking, dan wel - als dit minder is - de tijd die nog overblijft
voordat de verjaring van de belastingaanslag intreedt. De ontvanger neemt deze verrekeningsvoorwaarde uitdrukkelijk in de beschikking op. Als de ontvanger besluit voorlopig geen invorderingsmaatregelen meer te nemen voor de nog openstaande schuld, zal hij aan die beslissing voorwaarden verbinden danwel daarin een tijdsbepaling opnemen. Anders dan kwijtschelding is een toezegging onder voorwaarden herroepelijk. Als de belastingschuldige de voorwaarden niet nakomt, kan de ontvanger zijn eerdere toezegging bij beschikking intrekken. De ontvanger gaat hier pas toe over nadat hij belastingschuldige een brief heeft gestuurd over zijn voornemen de toezegging in te trekken als niet binnen dagen alsnog aan de voorwaarden wordt
voldaan.
Artikel 26.5.2.