Op verzoek van de belanghebbende of zijn gemachtigde geeft de ontvanger een verklaring af, dat
op dat moment geen belastingaanslagen of andere vorderingen op zijn naam openstaan waarvan de invordering
aan de ontvanger is opgedragen. Tevens verklaart de ontvanger desgevraagd dat zich in het
verleden - voor wat betreft de invordering - geen moeilijkheden hebben voorgedaan. In de verklaring
kan de ontvanger nadere bijzonderheden vermelden.
De ontvanger zendt de verklaring aan het adres van de belanghebbende of reikt deze aan hem uit.
Toezending of uitreiking aan een ander dan de belanghebbende blijft achterwege, tenzij de
ontvanger zich ervan heeft overtuigd dat die ander tot ontvangst van de verklaring bevoegd is.
Artikel 1.1.12.