Belastingschulden die materieel zijn ontstaan gedurende de periode van een surséance van betaling
die aan het faillissement voorafgaat, kunnen op grond van artikel 249 FW worden beschouwd als
boedelschulden in het faillissement. Het bepaalde in artikel 19.2.1 van de leidraad is op deze
schulden en de belastingaanslagen die hierop betrekking hebben op soortgelijke wijze van
toepassing.
Artikel 19.2.2.