Als de ontvanger bekend is met de omstandigheid dat zaken in eigendom toebehoren aan een
derde, dan is hij op grond van artikel 435, derde lid, Rv verplicht bij beslaglegging op die zaken, dit
beslag binnen acht dagen na de beslaglegging aan die derde te doen betekenen door de
belastingdeurwaarder. Bij deze overbetekening moet de derde schriftelijk worden gemeld dat hij de
mogelijkheid heeft een beroepschrift tegen de inbeslagneming te richten aan het college.
De ontvanger gaat onmiddellijk tot betekening aan de derde over als hij op enig later tijdstip - maar
vóór de geplande verkoopdatum - kennis krijgt van het feit dat de in beslag genomen zaken
eigendom zijn van die derde. Als tussen het moment van de betekening aan de derde en de
vastgestelde verkoopdatum minder dan acht dagen liggen, gaat de ontvanger over tot het vaststellen
van een nieuwe verkoopdatum.
Artikel 22.3.