Als een belastingschuldige uitstel vraagt en tegelijkertijd een betalingsregeling voorstelt waarbij de
schuld binnen twaalf maanden wordt afbetaald en deze regeling afwijkt van hetgeen de ontvanger
heeft berekend, dan hoeft een niet al te grote afwijking niet te leiden tot afwijzing van het verzoek.
Als de regeling die door de belastingschuldige is voorgesteld voor de ontvanger niet aanvaardbaar
is, maar een andere regeling wel ingewilligd kan worden, dan deelt de ontvanger onder afwijzing van
het verzoek de belastingschuldige mee welke regeling hij desgevraagd wel kan verlenen.
Artikel 25.5.10.