Belastingvorderingen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is en voor zover
die na de beëindiging op grond van artikel 356, tweede lid, FW onvoldaan zijn gebleven, zijn aan te
merken als natuurlijke verbintenissen ongeacht of de vorderingen door de ontvanger bij de
bewindvoerder zijn aangemeld. Belastingteruggaven die zijn vastgesteld nadat de toepassing van de
wettelijke schuldsaneringsregeling is geëindigd en die betrekking hebben op een periode vóór de
uitspraak van de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de ontvanger verrekenen
met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. Ook na beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de ontvanger derden nog aansprakelijk stellen voor niet-betaalde belastingaanslagen die als natuurlijke verbintenissen moeten worden aangemerkt. Reeds in gang gezette aansprakelijkheidsprocedures kan de ontvanger voortzetten.
Artikel 73.2.2.