Als de rechter in het kader van een wettelijke schuldsanering een dwangakkoord oplegt aan de
gezamenlijke schuldeisers, lijdt de ontvanger het deel van de belastingschuld dat onvoldaan blijft
oninbaar. Aangezien de ontvanger niet heeft ingestemd met het akkoord, verleent hij geen
kwijtschelding. De belastingvorderingen die resteren na het dwangakkoord blijven als natuurlijke
verbintenissen over.
Artikel 73.6.8.