Onder de bedragen die op grond van artikel 6 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de
belastingschuldige in rekening worden gebracht, vallen:
de kosten van de advertenties als bedoeld in artikel 3, vierde lid, en artikel 4, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen;
de vergoeding van de bewaarder dan wel door hem ingeschakelde derden;
de kosten van het openen van deuren en huisraad als bedoeld in artikel 444 Rv;
de kosten van het verrichten van werkzaamheden voor de verkoop ter plaatse van de in beslag genomen zaken;
de kosten van het verrichten van werkzaamheden door makelaars, deskundigen en afslagers;
de kosten van het doen overbrengen van de in beslag genomen zaken als de verkoop eldersplaatsvindt;
de kosten van opslag, afvoer en bewaarneming van inbeslaggenomen roerende zaken.
Om redenen van beleid worden de laatstgenoemde kosten enkel in rekening gebracht als de verkoop
op uitdrukkelijk verzoek van de belastingschuldige elders gebeurt dan wel als daarbij voornamelijk
zijn belang is gediend. Eventuele gemaakte reiskosten door de gemeente voor de betekening en de
tenuitvoerlegging van het dwangbevel kunnen niet op de belastingschuldige worden verhaald,
evenals mogelijke porti- en telefoonkosten.
Artikel 75.2.