De ontvanger kan bij het verlenen van uitstel van betaling de voorwaarde stellen dat de
belastingschuldige of een derde zekerheid stelt. Bij het stellen van zekerheid gaat de voorkeur uit
naar zekerheden die op eenvoudige wijze kunnen worden gesteld, bewaakt en uitgewonnen.
Een aangeboden zekerheid in de vorm van een bezitloze verpanding van voorraden is in beginsel
niet aanvaardbaar vanwege de aard van deze zekerheid. De ontvanger aanvaardt een bezitloze
verpanding van voorraden slechts als aannemelijk is dat de belastingschuld niet kan worden betaald
en andere zekerheidsvormen niet voorhanden zijn.
Artikel 25.1.13.