De hier te lande alleenwonende gehuwde belastingschuldige die zijn in het buitenland verblijvende
echtgenote en/of kinderen daadwerkelijk onderhoudt, wordt voor de berekening van de
betalingscapaciteit niet als een alleenstaande aangemerkt. Uitgegaan wordt van het normbedrag
voor echtgenoten in de zin van artikel 3 Pw. Als huur wordt de hier te lande betaalde huur in
aanmerking genomen. Door toepassing van het normbedrag voor echtgenoten in de zin van artikel 3
Pw, wordt in het kwijtscheldingsbeleid op forfaitaire wijze rekening gehouden met de bedragen die
de buitenlandse werknemer aan zijn bloed- of aanverwanten overmaakt voor de kosten van
levensonderhoud. Met de werkelijke bedragen die de buitenlandse belastingschuldige overmaakt,
wordt geen rekening gehouden.
Artikel 26.2.20.