Als de ontvanger als gevolg van een te late betaling terecht rente in rekening brengt, kan er slechts
in uitzonderlijke situaties aanleiding bestaan die rente te verminderen. De ontvanger moet dan van
mening zijn dat het niet tijdig voldoen van de belastingschuld niet kan worden verweten aan de
belastingschuldige en bovendien dat de invordering van rente onredelijk en onbillijk is.
De ontvanger kan slechts naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift de verschuldigde rente
verminderen.
Artikel 28.2.