Als de curator een gerechtelijke procedure (niet zijnde de bestuurdersaansprakelijkheid procedure)
moet aanspannen om een bate voor de boedel te kunnen realiseren, en de aanwezige baten van de
boedel niet toereikend zijn om de proceskosten te voldoen, kan de curator bij de ontvanger een
gemotiveerd verzoek indienen om garantstelling voor het bedrag dat niet uit de boedel kan worden
voldaan.
Bij de beoordeling van het verzoek neemt de ontvanger als uitgangspunt dat:
de boedel bij de actie van de curator moet zijn gebaat;
de ontvanger (een deel van) de in het faillissement ingediende vordering zal kunnen innen.
Daarnaast stelt de ontvanger de eis dat de schuldeisers - die bij een verdeling van de activa
eveneens zullen profiteren van de vermoedelijke opbrengst van de procedure - bereid zijn om
naar evenredigheid mee garant te staan voor de proceskosten. Dit geldt ook voor
boedelschuldeisers. Als een bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling de
ontvanger een verzoek om garantstelling doet, treedt de ontvanger in overleg met het college.
Artikel 73.1.4.