De hier te lande alleenwonende gehuwde belastingschuldige die zijn in het buitenland verblijvende
echtgenote en/of kinderen daadwerkelijk onderhoudt, wordt voor de berekening van de
betalingscapaciteit niet als een alleenstaande aangemerkt. Uitgegaan wordt van het normbedrag
voor echtgenoten in de zin van artikel 3 Pw. Als huur wordt de hier te lande betaalde huur in
aanmerking genomen. Door toepassing van het normbedrag voor echtgenoten in de zin van artikel 3
Pw, wordt in het kwijtscheldingsbeleid op forfaitaire wijze rekening gehouden met de bedragen die
de buitenlandse werknemer aan zijn bloed- of aanverwanten overmaakt voor de kosten van
levensonderhoud. Met de werkelijke bedragen die de buitenlandse belastingschuldige overmaakt,
wordt geen rekening gehouden.
Artikel 26.2.20.
Onderhoud gezinsleden in het buitenland
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019