De ontvanger verleent de belastingschuldige uitstel van betaling voor een periode van ten hoogste
twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de ontvanger de betalingsregeling bij
beschikking toestaat. Slechts als er volgens de ontvanger bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de
belastingschuldige een langere termijn gunnen dan twaalf maanden. Indien uit het verzoek om uitstel
blijkt dat de belastingschuldige over onvoldoende betalingscapaciteit beschikt om binnen twaalf
maanden zijn schuld te betalen, dan neemt de ontvanger dat verzoek ambtshalve in behandeling als
een verzoek om kwijtschelding. Bij de beoordeling daarvan neemt hij de gehele belastingschuld in
beschouwing. Artikel 26.1.2 is in deze situatie niet van toepassing indien en voor zover de
belastingschuldige gebruik maakt van het daartoe ingestelde verzoekformulier voor uitstel van
betaling en hij dit formulier volledig invult.
Artikel 25.5.1. Duur betalingsregeling particulieren
Artikel 25.5.1. Duur betalingsregeling particulieren
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019