De tenuitvoerlegging van verschillende dwangbevelen tegen dezelfde belastingschuldige gebeurt
zoveel mogelijk tegelijkertijd. Bij de tenuitvoerlegging wordt onnodige ruchtbaarheid vermeden. Ook
wordt de nodige soepelheid betracht. Dit brengt met zich mee dat de formeel voorgeschreven
handelwijze wordt onderbroken, als het uit menselijk of tactisch oogpunt wenselijk is eerst persoonlijk
contact met de belastingschuldige op te nemen.
In dit verband kan het verantwoord zijn dat de belastingdeurwaarder niet dadelijk tot beslaglegging overgaat of deze onderbreekt of beëindigt, als hij vermoedt dat de ontvanger de beslagopdracht niet zou hebben gegeven als alle omstandigheden bekend waren geweest.
Dit geldt ook als de belastingschuldige aantoont dat de betaling inmiddels heeft plaatsgevonden of
dat een verzoek om uitstel van betaling of kwijtschelding, dan wel een verzoekschrift als genoemd in
artikel 25.1.15 of 26.1.11 van deze leidraad, en de beslagopdracht elkaar hebben gekruist.
Als het dwangbevel eenmaal ten uitvoer is gelegd door middel van beslag, wordt onverwijld tot
uitwinning van de goederen waarop beslag is gelegd, overgegaan. Hiervan kan worden afgeweken
als de belastingschuldige een voorstel doet tot minnelijke afdoening van het beslag. Voorwaarde is
dan wel dat met de afdoening - gelet op de omstandigheden - naar het oordeel van de ontvanger
akkoord kan worden gegaan. Hierbij geldt als uitgangspunt dat een minnelijke afdoening moet
passen in het in deze leidraad geformuleerde beleid.
Artikel 14.1.2.
Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019