De weigering van een instemming met de cessie of verpanding heeft betrekking op de gehele cessie
of verpanding. De instemming wordt niet gedeeltelijk verleend. Wel bestaat de mogelijkheid om een
uit te betalen bedrag in gedeelten te cederen of te verpanden. De ontvanger moet dan bij iedere
cessie of verpanding afzonderlijk beoordelen of hij daarmee instemt. Instemming met een cessie of
verpanding wordt alleen geweigerd als de ontvanger gegronde redenen heeft om aan te nemen dat
instemmen met de cessie of verpanding zal kunnen leiden tot oninbaarheid dan wel
onverhaalbaarheid van een ten tijde van de mededeling invorderbare belastingaanslag (of
anderszins voor verrekening vatbare schuld) waarmee het uit te betalen bedrag zonder cessie of
verpanding had kunnen worden verrekend. De weigering voorkomt aldus dat de invordering van
deze aanslag wordt gefrustreerd. Deze situatie zal zich onder meer voordoen bij een
belastingschuldige die bekend staat als een notoir slechte betaler. Met nadruk wordt vermeld dat bij
de beoordeling of met een cessie of verpanding moet worden ingestemd geen rekening wordt
gehouden met materieel ontstane belastingschulden die nog niet zijn geformaliseerd in een
belastingaanslag. De ontvanger is verplicht met een cessie of verpanding in te stemmen als op het
tijdstip van de mededeling van de cessie of verpanding ten name van de belastingschuldige geen
voor verrekening vatbare (en dus geformaliseerde) schuld invorderbaar is. De ontvanger maakt zijn
beschikking aan de belastingschuldige en aan de derde - in dit geval de pandhouder of cessionaris -
bekend door middel van een gedagtekende kennisgeving, waarbij de belastingschuldige op de
mogelijkheid wordt gewezen bij het college beroep in te stellen.
Artikel 24.6.3.
Instemming of weigering met een cessie of verpanding
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019