Het verzoek om kwijtschelding moet worden ingediend bij de ontvanger, op een daartoe ingesteld verzoekformulier. De ontvanger stelt de belastingschuldige in dat geval in de gelegenheid het verzoek alsnog binnen [twee weken] op het daartoe bestemde formulier in te dienen. Als de belastingschuldige een verzoek om kwijtschelding indient, maar dit niet doet op het daartoe bestemde formulier, neemt de ontvanger het verzoek niet als zodanig in behandeling. De ontvanger zendt een verzoekformulier aan de belastingschuldige en stelt deze in de gelegenheid het verzoek alsnog binnen twee weken in te dienen. In afwachting hiervan wordt de invordering in beginsel opgeschort. Als de belastingschuldige het formulier niet terugzendt, wijst de ontvanger het verzoek af.
Artikel 26.1.2.
Het indienen van een verzoek om kwijtschelding
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019