De ontvanger maakt in beginsel geen gebruik van de bevoegdheid van artikel 196 FW, om na de
beëindiging van een faillissement het proces-verbaal van de verificatievergadering voor het
onbetaald gebleven bedrag tegen de schuldenaar te executeren. Als er wel aanleiding tot invordering
bestaat, doet de ontvanger dit zoveel mogelijk bij dwangbevel. Bij natuurlijke personen hervat de
ontvanger slechts in bijzondere omstandigheden de invordering na beëindiging van het faillissement.
Deze omstandigheden doen zich onder andere voor als de betrokkene binnen vijf jaar na het
faillissement beschikt over een meer dan modaal inkomen of over vermogensbestanddelen van
substantiële waarde. Als na beëindiging van het faillissement daaruit ontvangen gelden moeten
worden terugbetaald, treedt de ontvanger in verband met artikel 194 FW in overleg met de curator.
Artikel 73.4.14.
Na de toepassing van het faillissement
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019