Als de ontvanger geen (verder) uitstel van betaling verleent of een verleend uitstel beëindigt, of als
het college afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing of beëindiging,
dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van veertien
dagen na dagtekening van de beschikking. Hetzelfde geldt als het uitstel van betaling van
rechtswege is vervallen en daarvan een mededeling is gedaan. Een dergelijke mededeling blijft
overigens achterwege als op telefonisch verzoek uitstel is verleend. In dat geval geldt de termijn van
veertien dagen niet. Verkorting of het niet verlenen van deze termijn vindt onder meer plaats als naar het
oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet onmiddellijk aanvangen of
vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad. Verder geldt deze
termijn niet als een executieverkoop wordt opgeschort en in verband daarmee uitstel van betaling is
verleend in samenhang met een prolongatieovereenkomst.
Artikel 25.1.8.
Na (afwijzen) uitstel veertien dagen wachttijd
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019