De ontvanger ziet er op toe dat de boedelschulden tijdig door de curator worden voldaan. Als
belastingschulden die als boedelschulden kunnen worden aangemerkt, ten onrechte niet worden
voldaan, wendt de ontvanger zich in beginsel eerst tot de curator teneinde informatie te verkrijgen
over de toestand van de boedel en zo mogelijk langs minnelijke weg alsnog voldoening te
bewerkstelligen. Als dit niet leidt tot een bevredigende oplossing wendt de ontvanger zich met zijn
grieven tot de rechter-commissaris. In het uiterste geval kan de ontvanger rechtstreeks verhaal
zoeken op de boedel. Het voorgaande is ook van toepassing bij een wettelijke
schuldsaneringsregeling. Bij de invordering van boedelschulden kan de ontvanger tijdens de
wettelijke schuldsaneringsregeling niet het faillissement van de schuldenaar aanvragen.
Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn boedelschulden in het faillissement (zie
artikel 19.2.2 van deze leidraad).