Bij de beoordeling van een akkoord stelt de ontvanger eerst vast op welke belastingaanslagen het
akkoord betrekking heeft. Uitgangspunt daarbij is de materiële belastingschuld die is ontstaan tot aan
de dag dat de wettelijke schuldsaneringsregeling is uitgesproken of de dag waarop een
buitengerechtelijk akkoord wordt aangeboden. Er rust een inspanningsverplichting op de gemeente
om de te saneren schuld zo volledig mogelijk en tot het juiste bedrag vast te stellen, in die zin dat de
materieel verschuldigde belasting wordt geformaliseerd in een aanslag. De ontvanger betrekt
bestuurlijke boeten, rente en kosten integraal in een akkoord.
Artikel 73.6.6.
Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019