Naar hoofdinhoud
De toepassing van de Wet bibob zal door het bestuursorgaan op de hieronder aangeduide beschikkingen op de volgende wijze plaatsvinden: 1.. Uitvoering van de Bibob-toets vindt plaats bij: elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet (drank- en horecavergunning), met uitzondering van een aanvraag voor een horecabedrijf als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet; de aanvraag als bedoeld in artikel 2:28 van de APV (exploitatievergunning openbare inrichting); elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 3:4 van de APV (seksinrichting). 2.. Uitvoering van de Bibob-toets vindt bij de in het derde lid genoemde aanvragen voor een beschikking plaats op grond van: eigen ambtelijke informatie en/ of; informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/ of; informatie verkregen van het LBB en/ of; andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft en/ of; het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob, er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bibob 3.. Bij de in het tweede lid genoemde aanvragen gaat het om de aanvraag als bedoeld in: artikel 3 van de Drank- en Horecawet, in het geval het een horecabedrijf betreft, als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet (drank- en horecavergunning para commerciële rechtspersoon); artikel 30a van de Drank- en Horecawet (melding wijziging leidinggevende op het aanhangsel van de drank- en horecavergunning); de aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 van de APV (evenementenvergunning); de aanvraag als bedoeld in artikel 2:39 (exploitatievergunning speelgelegenheid) van de APV.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel