De gemeente start een Bibob-onderzoek alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie indien op grond van:
eigen ambtelijke informatie en/ of;
informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/ of;
informatie verkregen van het LBB en/ of;
andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft en/ of;
het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob,
vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/ of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet bibob en/ of over de organisatiestructuur en/ of over de wijze van financiering.
De gemeente kan een Bibob-onderzoek instellen met betrekking tot vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is. Bij de start van onderhandelingen daartoe, stelt de gemeente de wederpartij ervan in kennis dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure.
In de overeenkomst kan een integriteitsclausule worden opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst.
De Bibob-toets wordt in principe beperkt tot:
de verkoop, huur of erfpacht van gemeentelijke gebouwen die betrekking hebben op de risicocategorieën, zoals benoemd in bijlage 1 bij deze beleidsregel;
de verkoop van gemeentelijke gronden, voor zover deze gronden naar het oordeel van het college van strategisch gemeentelijk belang zijn.
De Bibob-toets wordt in principe niet toegepast bij vastgoedtransacties met overheidsinstanties, semioverheidsinstanties of woning(bouw)corporaties.
De Bibob-toets wordt verder beperkt tot de transacties die een of meerdere van onderstaande kenmerken hebben:
hoge mate van financiële complexiteit;
behorend tot een als zodanig door het college benoemde risicobranche of benoemd risicogebied;
hoge mate van complexiteit met betrekking tot de bedrijfsstructuur;
exceptioneel financieel risico voor de gemeente.
Indien is besloten tot het starten van een Bibob-onderzoek, komt er geen overeenkomst tot stand totdat het Bibob-onderzoek volledig is afgerond, tenzij partijen dat nadrukkelijk anders overeenkomen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1