De vereisten, bedoeld in artikel 2, lid 1, sub c, zijn:
de snelle motorboot moet zijn voorzien van een deugdelijke stuurinrichting en van een deugdelijke geluiddempende inrichting voor de afvoer van afgewerkte gassen;
de snelle motorboot en de motor, een en ander met inbegrip van wat daarbij behoort, moeten in zodanige staat zijn, dat gevaar van brand of ontploffingen en hinder voor de omgeving door rook, damp of walm worden voorkomen;
de snelle motorboot moet zodanig zijn ingericht, dat het uitzicht voor de bestuurder naar alle kanten vrij is;
aan boord van de snelle motorboot moeten een deugdelijk brandblusapparaat en voldoende zwemvesten en/of drijfkussens voor alle opvarenden aanwezig zijn.