Naar hoofdinhoud
1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd; buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen; op het strand als de hond niet is aangelijnd, tussen 10.00 uur en 19.00 uur in de periode van 1 mei tot 1 oktober; in het duingebied als de hond niet is aangelijnd. 2.. Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3.. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a, b, c, e en f zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Rechtspraak bij dit artikel