Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: houtopstanden, staande buiten de bebouwde kom, zoals bedoeld in Wnb artikel 4.1a, tenzij deze op een erf staan wegbeplantingen en eenrijïge beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen tenzij deze zijn geknot; fruitbomen en windschermen om boomgaarden; naaldbomen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; als de bomen worden gekweekt met het oogmerk deze te verhandelen en dat daartoe regelmatig worden onderhoud en de daarbij behorende handelsactiviteiten; houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; houtopstand die moet worden geveld krachtens de plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.12b; houtopstanden met een stamdiameter minder dan 30 cm (omtrek minder dan 94 cm) gemeten op 1.30 m boven het maaiveld, tenzij de houtopstand is geplant in het kader van een herplantverplichting; houtopstanden staande in een tuin, mits hiervoor toestemming is gegeven door de eigenaar van de houtopstand; 3.. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: de natuurwaarde van de houtopstand; de landschappelijke waarde van de houtopstand; de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; de beeldbepalende waarde van de houtopstand; de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand; de uitkomst van het beoordelingsformulier bomen. 4.. Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel