Het is verboden, conform artikel 2:11 lid 1 van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) , om zonder vergunning de verharding van een weg op te breken, in een weg te graven of te spitten, de aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. Daarom moet hiertegen worden opgetreden.
Artikel 3.1