Naar hoofdinhoud
Als de belanghebbende de opgelegde of afgesproken betalingsverplichting niet nakomt, dan wordt het betalingsbesluit, nadat een dwangbevel is verzonden, uitgevoerd door middel van:  een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of  beslag in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering Behalve executoriaal beslag kan in alle gevallen conservatoir beslag worden toegepast in de zin van het Derde Boek van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. Indien mogelijk wordt dan ook beslag gelegd op aanwezig vermogen, voor zover dit meer is dan de vermogensvrijlating voor bijzondere bijstand (zie richtlijn B137: https://www.gripopparticipatiewet.nl/beleidswijzers/toon/code/B137?highlight=middelen%20voor%20draagkracht%20Voor&page=1). Onder vermogen wordt verstaan alle aan de belanghebbende in eigendom toebehorende roerende en onroerende zaken en vermogensrechten, onder aftrek van de schulden (uitgezonderd de gemeentelijke vorderingen). Als de vordering in de beslagfase verkeert, wordt de vordering verhoogd met 15 % van het op dat moment openstaande bedrag. De verhoging bedraagt maximaal € 100,-.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel