5.1.1 Het college besluit op verzoek akkoord te gaan met een schuldenregeling, waardoor het restant van de niet-fraudevordering of verhaalsvordering wordt kwijtgescholden, als:
A. de belanghebbende in een bedreigende, problematische schuldsituatie in redelijkheid niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en
B. het voortbestaan van de schulden en/of het niet voldoen van de schulden een ernstige bedreiging vormt voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid of het maatschappelijk functioneren van de belanghebbende en zijn gezin, waaronder ook de deelname aan het arbeidsproces; en
C. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en
D. de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
5.1.2 Het college gaat niet over tot kwijtschelding bij een schuldenregeling als de vordering gedekt wordt door pand of hypotheek op een goed of goederen, voor zover de vordering in redelijkheid op die goederen verhaald kan worden.
Hoofdstuk 5:
Artikel 5.1
Kwijtschelding bij schuldenregeling
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering, Invordering, Kwijtschelding en Verhaal Participatiewet, IOAW en IOAZ 2019