Naar hoofdinhoud
Als iemand drie jaar volledig (ononderbroken) zijn betalingscapaciteit heeft ingezet voor de aflossing van een vordering, volgt kwijtschelding van de restantvordering. Als de betaalverplichting vanwege persoonlijke omstandigheden lager wordt vastgesteld dan de afloscapaciteit, kan de periode meetellen voor de kwijtschelding als de reden van de verlaging van de betaalverplichting niet het gevolg is van ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid in het bestaan. De kwijtschelding wordt na 36 maanden ambtshalve beoordeeld, zonder dat hiervoor een verzoek moet worden ingediend. Verder wordt de kwijtschelding per individuele vordering beoordeeld. Bij meerdere vorderingen zal alleen de vordering waarop deels is afgelost voor kwijtschelding in aanmerking komen. Voor de overige vorderingen zal een nieuwe periode van drie jaar ingaan. Deze regeling is niet van toepassing op terugvorderingen die het gevolg zijn van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting. Heeft de belanghebbende gedurende drie jaar geen betalingen verricht, dan kan soms worden aangenomen dat het niet aannemelijk is dat betaling nog op enig moment zal plaats vinden. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan iemand van wie de verblijfplaats onbekend is of aan de persoon die zich definitief in een land heeft gevestigd waarmee Nederland geen executieverdrag heeft. Tenslotte kan er sprake zijn van een afkoopregeling waarbij minstens 50% van de vordering in één keer wordt afgelost.

Rechtspraak bij dit artikel