Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 3

Beoordeling verzoek om bijstand

Onderdeel van Verordening regeling ambtelijke bijstand aan raadsleden

1.. De griffier, de secretaris, de gemeentesecretaris, de directeur of de behandelend ambtenaar bij wie een mondeling verzoek om bijstand is ingediend, beoordeelt, of zich één van de in artikel 5 vermelde weigeringsgronden voordoet. 2.. Twijfelt een ambtenaar, tot wie zich een raadslid rechtstreeks heeft gewend met een verzoek om informatie, of van een weigeringsgrond sprake is, dan overlegt hij onverwijld met zijn directeur of de gemeentesecretaris of, als het een ambtenaar van de griffie betreft, met de griffier. 3.. Is er geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 5, dan draagt degene aan wie het verzoek om bijstand is gedaan, zorg voor de verlening daarvan, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 2. 4.. Ingeval het verzoek om bijstand schriftelijk wordt gedaan beslist de raad op voorstel van het presidium, indien het om een verzoek om bijstand door de griffier dan wel griffie-ambtenaren gaat. In alle andere gevallen beslist het college van burgemeester en wethouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel