Het Meldpunt Integriteit houdt een intakegesprek met de melder en bespreekt de behandeling van de melding en bevestigt onverwijld de ontvangst van de melding. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand of onregelmatigheid en de datum waarop de melder het vermoeden heeft gemeld.
Indien het Meldpunt Integriteit concludeert dat de melding onvoldoende concreet is, wordt eerst een vooronderzoek ingesteld zoals beschreven in artikel 2.1. van het onderzoeksprotocol.
Indien het vooronderzoek niet leidt tot een concreet vermoeden van een misstand of onregelmatigheid, of tot een melding van voldoende gewicht, dan wordt deze niet in behandeling genomen en informeert het Meldpunt Integriteit binnen vier weken na indiening van de melding schriftelijk de melder hierover.
Indien het vooronderzoek leidt tot een op voldoende redelijke gronden gebaseerde melding, en tot een melding van voldoende gewicht, dan stelt het Meldpunt Integriteit de melder op de hoogte dat de melding in behandeling wordt genomen.
Overeenkomstig het onderzoeksprotocol wordt de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft geïnformeerd over de melding en over het op de hoogte brengen van een onderzoekende instantie zoals bedoeld in het onderzoeksprotocol, tenzij daardoor het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang kan worden geschaad.
De werkgever zorgt ervoor dat de identiteit van de melder die overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 tot en met 8 een melding heeft gedaan, niet verder bekend wordt dan noodzakelijk is voor de behandeling van de melding.
De algemeen directeur beoordeelt of een externe instantie, zoals bedoeld in artikel 14 lid 3, van de interne melding op de hoogte moet worden gebracht. Indien een externe instantie op de hoogte wordt gesteld, stuurt de algemeen directeur de melder hiervan een afschrift, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan.
1.
Artikel 11.
Ontvangstbevestiging en (niet) behandeling
Onderdeel van Regeling melding vermoeden misstand of onregelmatigheid Leidschendam-Voorburg 2019