1. De werknemer kan zijn vermoeden van een misstand binnen redelijke termijn extern melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een ander daartoe bevoegde instantie, indien:
a. hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel 13;
b. hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de termijnen bedoeld in artikel 13.
2. Indien zwaarwegende belangen de toepassing van de interne meldingsprocedure in de weg staan, kan de werknemer het vermoeden van een misstand rechtstreeks melden bij een externe instantie. Dat is in ieder geval aan de orde indien dit uit enig wettelijk voorschrift voortvloeit of sprake is van:
a. acuut gevaar, waarbij een zwaarwegend en spoedeisend maatschappelijk belang onmiddellijke externe melding noodzakelijk maakt;
b. een vermoeden dat de werkgever bij de vermoede misstand betrokken is;
c. een situatie waarin de werknemer in redelijkheid kan vrezen voor voor hem nadelige maatregelen in verband met het doen van een interne melding;
d. een duidelijk aanwijsbare dreiging van verduistering of vernietiging van bewijsmateriaal;
e. een eerdere melding overeenkomstig de procedure van dezelfde misstand of onregelmatigheid, die de misstand niet heeft weggenomen; en/of
f. een plicht tot directe externe melding.
3. Onder externe instantie wordt in ieder geval verstaan:
a. een instantie die is belast met de opsporing van strafbare feiten;
b. een instantie die is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift;
c. een andere daartoe bevoegde instantie waar het vermoeden van een misstand kan worden gemeld, waaronder de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders.
1.
Artikel 14.
Melding bij een externe instantie
Onderdeel van Regeling melding vermoeden misstand of onregelmatigheid Leidschendam-Voorburg 2019